Taal:

  • nl flag
  • de flag

Social media

Het Texelse Schaap

Ze zijn niet weg te denken uit het Texelse landschap: schapen, en dan uiteraard van het Texelse ras. De zogenoemde Texelaar - populair om zijn vleeskwaliteit en wolproductie - is het resultaat van een mix tussen autochtone polderschapen en Engelse rassen. De dieren lopen niet alleen op het eiland zelf - ook in de rest van Nederland en daarbuiten vindt men het Texelse schaap.

Oorsprong
In 1477 werd al geschreven over schapen op Texel: de dieren zijn dus niet voor niets de mascotte van het eiland. Bijzondere schapen waren dit echter niet, tot de autochtone dieren werden gekruist met Engelse schapen. De vlees- en wolkwaliteit van het Texelse schaap gingen daardoor met sprongen vooruit. Er werd succesvol doorgefokt. Aan het begin van de twintigste eeuw was het schaap 'de Texelaar' officieel een ras en werd het soort populair bij meedere schapenhouders.

Internationale faam
Van over de hele wereld is er vraag naar het Texelse schaap. Sinds 1960 is het ras vooral gefokt op de bespiering en vlees-beenverhouding, wat het ras de internationale bekendheid gaf. Zo onstond export naar onder meer België, Frankrijk en Denemarken, maar later ook buiten Europa naar Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Maar ook in Rusland, Brazilië en Italië lopen Texelse schapen rond. Het schapenras wordt eveneens geroemd om de goede gezondheid.

Kenmerken
De Texelaar is een middelzwaar schaap. Een ram weegt circa 95 kilo; een ooi 75. Volwassen ooien lammeren één keer per jaar gemiddeld twee lammetjes af. De eerste worp van het vrouwelijke schaap kan al op éénjarige leeftijd plaatsvinden. De Texelaar is een rustig ras. De vetbedekking blijft ook bij weinig verzorging optimaal. Terwijl het schaap een flinke bouw heeft, massaal aandoet en aardig gespierd is, loopt het op fijne, krachtige poten. De wol is fijn en gesloten en bevat geen overtollig wolvet.