Taal:

  • nl flag
  • de flag

Social media

Scheepsstrandingen

Door de eeuwen heen zijn honderden schepen nabij Texel uit koers geraakt in hevig noodweer en voor de kust te pletter geslagen. Het leidde tot de komst van de vuurtoren in Eierland. Strandingen van grotere schepen op de Texelse kust zijn tegenwoordig zeldzaam geworden.

Dankzij de kustwacht, het verleggen van de grote scheepvaartroute naar tien mijl uit de kust en moderne navigatiemiddelen raakt de scheepvaart nog nauwelijks in problemen. De laatste opzienbarende stranding was die van de Hunte bij paal 22, op 28 december 2001. Duizenden mensen kwamen daar op af en  handige ondernemers hadden zelfs een koek en zopie-tent bij het gestrande schip ingericht.

Van 1961 tot 2014 vonden tien opzienbarende strandingen plaats, waaronder: 
·         Rigel (3-11-1970, paal 17). Cypriotisch vrachtschip, volgeladen met slakkenmeel. Het laatste scheepsdrama met dodelijke slachtoffers; vier van de twaalf opvarenden overleefden de ramp niet.
·         Compass I (12-1-1986, paal 11). Terwijl de geschrokken bemanning na een spectaculaire reddingsactie in januari 1986 onder warme dekens zat bij te komen, klommen Texelse jutters aan boord om souvenirs te bemachtigen.
·         Anneliese (27-2-1990, paal 18). Na de stranding van deze coaster bleek de scheepsbel verdwenen. Pas in 2014 kwam deze bovenwater: jutter Jan Uitgeest bleek hem van het schip te hebben gehaald. Nu hangt de gejutte bel in Jutters- en Schipbreukmuseum Flora.

In de negentiende eeuw was de stranding was het Noorse brik Erik Börresen een berucht drama. Het schip verdween in de pikdonkere nacht van 16 tot 17 november 1849. Alle tien opvarenden verdronken. Texelse jutters werd 'enen onverzadigbaren rooflust' verweten. Een maand later sloeg de Agnes, een schip met Duitse emigranten, stuk op de Eierlandsche Gronden. De mensen werden gered, maar het strand lag bezaaid met tabak; honderden jutters speurden nog dagenlang de waterlijn af.

De komst van de vuurtoren in 1864 was een verbetering, maar betekende niet dat er geen schepen meer in nood raakten. Zo verging tijdens een storm in maart 1876 de Noorse bark Laurdal. Het volk dat het scheepswrak in de branding gadesloeg, was diep onder de indruk van het gillen van de jongens aan boord. Pas bij een uiterste reddingspoging in de hoge golven konden alle opvarenden overspringen en naar het strand worden geroeid. In 1889 liep het Engelse stoomschip Benbrack stuk op de Eierlandsche Gronden. Er bleef liefst 500 ton ijzer achter in het zand, een extra obstakel voor de scheepvaart. Pas in 1954 werden alle resten opgeruimd.

Latere strandingen
Ook in de eerste helft van de 20e eeuw was het nog regelmatig raak. Een op Texel befaamde stranding was de Alesia (19-12-1923), een kolossaal Engels stoomschip dat terechtkwam bij paal 16. De reus zou nog een half jaar boven de duinen uitsteken. Omdat het pas geplante dennenbos nog laag was, kon men de contouren van grote afstand zien. Aandacht trok ook de Noorse driemastschoener Hoydal (25-11-1928), beladen met hout, tijdens een zeer zware storm gestrand bij Paal 21. Restanten van het wrak waren aan het eind van de oorlog nog steeds zichtbaar.